In HSE-land kijken we veelal naar zaken die niet goed gaan. Denk aan incidenten, meldingen van onveilige situaties, stankoverlast, spills, emissies etc etc. HSE professionals worden dan ook vaak gezien als brengers van slecht nieuws en collega’s die pas komen kijken als er wat aan de hand is. In rollen als onderzoeker, inspecteur, auditor of klachtenfunctionaris zijn we vaak bezig om afwijkingen te begrijpen, te herstellen en hieruit lering te trekken. Ons startpunt is vaak onveiligheid, millieu-overlast, een ongezonde werkplek of een ontevreden klant. Een negatief beeld dus als beginpunt van een interventie.

Ook veel van de modellen en woorden die HSE-professionals gebruiken zijn kenmerkend. Gaten in stukken kaas, omvallende domino-stenen en barrières die slijtage vertonen zijn weinig opbeurende termen waar mensen enthousiast van worden. Verborgen gebreken, non-conformities en overtredingen al evenmin. Wat betekenen deze negatieve associaties voor ons vak als veiligheid- of milieukundigen? Hindert dit ons in ons werk? En zouden we dit kunnen omdraaien?

Ik geloof erg in het benoemen van problemen om beter te worden. Zowel maatschappelijk als in elke individuele organisatie. Ik geloof echter ook in positieve beeldvorming en ik ben ervan overtuigd dat de meeste mensen het graag leuk willen hebben. Focussen op ‘versterking van het goede’ in plaats van te veel blijven hangen in het ‘corrigeren van het slechte’ – zoals safety II ook voorstaat – brengt ons als HSE professionals volgens mij  meer. Maar hoe doen we dat dan? Hoe krijgen we het voor elkaar om lessen met elkaar te delen van succesvolle programma’s en dus niet alleen van ’lessons learned’ van incidenten die ergens hebben plaats gevonden en die gericht zijn op het herstellen van mankementen. Hoe goed leert jouw organisatie van succesvolle interventies?

Meer aandacht voor het positieve kan volgens mij klein beginnen door meer complimenten uit te delen aan collega’s/naasten die iets goeds doen. Een collega die een goede veiligheidsronde loopt met een nieuwe collega en met veel interacties en ook nog wat rommel opruimt, verdient een pluim. Je leidinggevende die extra tijd neemt om jouw jaargesprek op een nette manier af te ronden als jij nog worstelt met welke opleiding je nog graag wilt volgen. Een contractor die jou wijst op een druppelende leiding, en hiervoor pro-actief een onderhoudsbon heeft laten maken. Jouw collega die na een audit interview enthousiast is geworden hoe de projectenafdeling het proces van actie bewaking heeft georganiseerd en dat nu bedrijfsbreed wil laten implementeren. Een operator die merkt dat het aflopende afvalwater wel erg stinkt en dit meteen meldt.

Dit zijn allemaal voorbeelden van gewenst gedrag dat erkend moet worden en versterkt door complimenten. Spreek uit dat je het fijn vindt dat taken goed worden uitgevoerd, dat collega’s in actie komen als zij afwijkingen constateren en verbeterpunten verder willen brengen. Het geven van complimenten zit misschien niet zo ingebakken in onze (Nederlandse) cultuur, en voelt soms wat onwennig (doe maar gewoon), maar is zo’n krachtig instrument, dat het zonde is dat we het zo weinig gebruiken in ons werk. Mensen voelen zich meer gewaardeerd na het krijgen van een positieve erkenning, hoe klein deze soms ook is. Gewenst gedrag zal worden versterkt als dit gemeend en frequent wordt erkend.